Binnen het kader van de zogenaamde Klimaat Envelop 2019 (KE2019) voor natte natuur
wordt onderzocht of het vastleggen van koolstof door onder andere schorren (en kwelders) en
andere mariene ecosystemen - ook wel 'Blue Carbon' genoemd - kansen biedt om
natuurontwikkeling en klimaat mitigatie te combineren. In het geval er emissiereductie kan
worden behaald, is het eventueel mogelijk om hier koolstofcertificaten aan te verbinden en op
deze wijze natuurprojecten te initieren die anders niet van de grond zouden komen. Om deze
mogelijkheden verder te verkennen is gekeken naar een gebied waar in een eerdere studie een
groot Blue Carbon potentieel werd ingeschat: het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Dit
schorrengebied in de Kom van de Oosterschelde, kampt al vele decennia met afkalving als
gevolg van de zandhonger. In het verleden is een deel van de schorrand vastgelegd met
stenen dammen om deze afkalving te verminderen. Maar een groot deel van de schorrand is
nog steeds onbeschermd en erodeert. Hier liggen mogelijk kansen voor behoud van natuur en
de bijbehoren ecosysteemdiensten zoals de rol van schorren in waterveiligheid. Mogelijk kan
een goede Blue Carbon potentie bijdragen om tot natuurontwikkelingsmaatregelen te komen
waarbij de schorranderosie wordt gereduceerd en schorontwikkeling wordt gestimuleerd.
Om tot een goede inschatting te kunnen komen of Blue Carbon een bijdrage kan leveren aan
natuurontwikkeling van het Verdronken Land van Zuid-Beveland is het relevant om te weten
wat de huidige staat van het gebied is en wat de oorzaken van de ontwikkeling in de
afgelopen decennia zijn. Verder is het nodig om de hoeveelheid koolstof die in het gebied ligt
opgeslagen te weten en welke bijdrage het gebied in de toekomst zou kunnen leveren aan de
koolstofvastlegging onder huidig en aangepast beheer, daarbij rekening houdend met
zeespiegelstijging. Daarvoor worden mogelijke maatregelen voor het reduceren van
schorranderosie en het stimuleren van schorontwikkeling in dit gebied in kaart gebracht.
Daarbij worden zowel naar buitendijkse als binnendijkse maatregelen gekeken.
De schorren van het Verdronken Land van Zuid-Beveland bestaan uit Rattekaai (131 ha) en
Roelshoek (23 ha). De huidige staat van deze schorren en de ontwikkelingen in de afgelopen
decennia, alsmede de huidige koolstofvastlegging, zijn op basis van recente literatuur en
gegevens ingeschat. Mogelijkheden voor maatregelen voor het reduceren van schorranderosie
en stimuleren van schorontwikkeling zijn op basis van literatuur en ervaring opgedaan binnen
het NIOZ in kaart gebracht. Vervolgens zijn met behulp van een simpel biogeomorfologisch
model inschattingen gemaakt van de koolstofvastlegging voor de komende 50 jaar. Daarbij
zijn inschattingen gemaakt van de ontwikkelingen in koolstofvastlegging voor verschillende
zeespiegelstijgingsscenario's en bij verschillende maatregelen tot reductie van de
schorranderosie.
Momenteel eroderen de schorranden nog met 0,45 - 0,6 m/jaar. De verwachting is dat de
schorranderosie in de toekomst gaat toenemen door de afname van de hoogte van het slik met
2,5-3 mm/jaar als gevolg van de zandhonger, waardoor grotere golven de schorrand kunnen
bereiken. Opmerkelijk is wel dat de schorren nog steeds ophogen met 6 - 7,7 mm/jaar
ondanks de lage gemiddelde sediment beschikbaarheid in de waterkolom. Er wordt echter
nog voldoende sediment in suspensie gebracht door golven tijdens stormachtige condities
waardoor sediment op de schorren blijft sedimenteren. Door deze bodemophoging in het
schor is de netto koolstofvastlegging momenteel positief (627 ton CO2-eq/jaar), ondanks dat
er ook veel koolstof in de schorrenbodem verloren gaat door schorranderosie (-168 ton CO2-
eq/jaar). De koolstofvastlegging zou dus zo'n 27% hoger kunnen zijn als schorranderosie
wordt tegen gegaan.
Het is aan te bevelen om maatregelen te nemen tot erosiereductie van de schorrand en het
stimuleren van schorontwikkeling. Op dit moment verliezen de schorren oppervlakte door
schorranderosie en is er weinig tot geen herstel door vestiging en aangroei. Hierdoor
verliezen de schorren op termijn ook andere belangrijke ecosysteemdiensten, zoals die voor
de waterveiligheid. Maatregelen om verdere erosie van de schorrand te reduceren leveren ook
direct een positieve en additieve bijdrage tot de netto koolstofvastlegging van de schorren.
Vanuit de modelering is duidelijk dat op termijn (rond 2035) de balans van netto vastlegging
naar netto emissie kan omslaan. Afhankelijk van het succes en de mate van implementatie
van de maatregelen wordt dit omslagpunt tientallen jaren uitgesteld of helemaal tegengegaan.
Maatregelen zoals het aanleggen van rijshouten dammen, en/of het aanplanten van slijkgras
met behulp van geotextiel of biologische afbreekbare structuren worden als meest geschikte
opties gezien om schorranderosie te reduceren en schorontwikkeling op gang te brengen. Het
is daarom aan te bevelen in te zetten op het ontwikkelen van een pilot waarbij deze
verschillende methoden worden getest op effectiviteit.
Op langere-termijn is het de verwachting dat door de zandhonger maatregelen om
schorontwikkeling te stimuleren en schorranderosie te reduceren niet meer afdoende zullen
zijn om de schorren te behouden. Er is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om de schorren
binnendijks te laten ontwikkelen. Binnendijks is er een grote potentie om schorren te
ontwikkelingen en daarmee veel sediment vast te leggen. Een kanttekening daarbij is de
sedimentbeschikbaarheid in de Oosterschelde. Het feit dat de schorren in dit deel van de
Oosterschelde nog steeds ophogen door resuspensie van het sediment door golven op de
voorliggende slikken biedt mogelijk wel kansen tot binnendijkse ontwikkelingen, eventueel
aangevuld met suppleties.
Er is een grote onzekerheid over de hoeveelheid vastgelegde koolstof die meegerekend mag
worden als vermeden uitstoot. Dat komt doordat de samenstelling van de koolstof die
opgeslagen ligt in het Verdronken Land van Zuid-Beveland niet goed bekend is. Om hier
verbetering in te brengen is meer kennis nodig over de herkomst en dynamiek van de koolstof
in deze schorren. Dit kan door de bodemopbouw te onderzoeken en de verschillende fracties
en ouderdom van de koolstof hierin nader te bepalen. Hand in hand hiermee is het aan te
bevelen om de modellering rond schordynamiek en koolstofvastlegging te verbeteren.
Daarbij zal moeten worden gekeken hoe verschillende aspecten zoals de herkomst, ouderdom
en stabiliteit van de koolstof meer expliciet geintegreerd kunnen worden. Hierdoor wordt het
mogelijk om gerichter te werken aan kennisontwikkeling naar de herkomst en dynamiek van
koolstofvastlegging in schorren. Kennis die nodig is om beter in te kunnen schatten wat het
additioneel effect is van beheer- en ontwikkelingsmaatregelen van schorren op de
koolstofvastlegging, alsmede effecten van klimaatverandering zoals zeespiegelstijging.